14/04/2026
 - 
Door 

Waarom dit hét moment is voor Nederlandse goede doelen om je organisatiemodel opnieuw te doordenken

Veel maatschappelijke organisaties voelen de druk van stijgende loonkosten, economische onzekerheid en veranderende financieringsstromen. In dit artikel laat ik zien waarom dit hét moment is om je organisatiemodel en financiële strategie opnieuw te bekijken, en hoe je via een slimmere structuur en een sterker inkomstenmodel meer rust, wendbaarheid en impact creëert.
Koenraad Depauw
Complexe strategische plannen
Strategieën voor systemische verandering
Invloed opbouwen en uitoefenen
Stel gerust je vraag
Koenraad Depauw
Complexe strategische plannen
Strategieën voor systemische verandering
Invloed opbouwen en uitoefenen
Stel gerust je vraag

Veel maatschappelijke organisaties werken nog altijd op aannames die in rustiger tijden prima functioneerden. Dat overheidsgeld min of meer doorloopt. Dat fondsenwerving met voldoende inzet vanzelf weer aantrekt. Dat loonkosten wel stijgen, maar beheersbaar blijven. Dat je een beetje kunt bijsturen zonder echt opnieuw naar de architectuur van je organisatie te kijken.

Precies daar gaat het nu mis.

Het lastige aan 2026 is namelijk niet dat alles rood kleurt. Integendeel: het CPB verwacht dat de Nederlandse economie voorlopig blijft groeien. Maar diezelfde instantie benadrukt ook dat de internationale onzekerheid groot is. Tegelijkertijd lagen de cao-lonen in het eerste kwartaal van 2026 4,5 procent hoger dan een jaar eerder en liep de inflatie in maart op naar 2,7 procent, zakte het consumentenvertrouwen naar -30 en stonden er eind 2025 nog altijd 93 vacatures open per 100 werklozen. Dat is precies de combinatie waar maatschappelijke organisaties last van hebben: de kosten lopen op, personeel blijft schaars en het gevoel van financiële zekerheid bij huishoudens en donateurs is brozer dan een groeicijfer op papier doet vermoeden. 

Ook aan de publieke kant neemt de druk toe. Gemeenten begroten voor 2026 samen 84,6 miljard euro aan lasten, 5,8 procent meer dan in 2025, vooral door stijgende sociale uitgaven. En op sommige terreinen zijn bezuinigingen al heel concreet: het kabinet kondigde eerder al aan dat er vanaf 2026 minder geld beschikbaar komt voor samenwerking met ngo’s in ontwikkelingssamenwerking. En organisaties die werken rond duurzaamheid, natuur en biodiversiteit, klimaat of cultuur zetten zich beter ook schrap. 

Juist daarom is dit het moment om niet alleen naar je begroting te kijken, maar naar je organisatiemodel. Want in een periode als deze red je het zelden met een paar losse maatregelen. Dan moet je terug naar de fundamenten: hoe creëer je waarde, hoe organiseer je dat werk en hoe financier je het op een manier die klopt met je missie én met de realiteit van nu?

Je organisatiemodel is de logica achter je organisatie

Een organisatiemodel is veel meer dan een organogram. Het is de onderliggende logica van je organisatie. Voor wie ben je er precies? Welke waarde voeg je toe? Welke activiteiten zijn nodig om die waarde ook echt te leveren? Via welke relaties, kanalen en partners doe je dat? Welke mensen, systemen, middelen en competenties heb je daarvoor nodig? 

Veel organisaties kennen hun jaarbegroting beter dan hun eigen model. Ze weten wel wat er binnenkomt en uitgaat, maar minder goed welke aannames daaronder liggen. Welke activiteiten eigenlijk te veel capaciteit vragen. Welke projecten vooral complexiteit toevoegen. Welke teams of overleglagen vooral coördinatiekosten veroorzaken. Welke inkomstenbronnen aantrekkelijk lijken, maar netto weinig bijdragen omdat ze intern zoveel tijd opslokken.

Dat is precies waarom deze oefening zo belangrijk is. Zolang je alleen aan knoppen draait binnen het bestaande model, blijf je optimaliseren wat misschien fundamenteel niet meer klopt. Dan bespaar je wat op losse posten, terwijl de echte kosten in de structuur zelf zitten. Of je jaagt op extra inkomsten, terwijl je model helemaal niet is ingericht om die inkomsten gezond en duurzaam te dragen.

Een goed organisatiemodel dwingt je om beide kanten tegelijk te zien. Aan de ene kant staat alles wat geld kost: mensen, systemen, processen, governance, huisvesting, ondersteuning, coördinatie, uitvoering. Aan de andere kant staat alles wat inkomsten mogelijk maakt: subsidie, giften, donateursrelaties, leden, opdrachtgevers, betalende deelnemers, partnerschappen, sponsoring of andere vormen van waardecreatie. Pas als die twee kanten op elkaar aansluiten, ontstaat er financiële rust.

Patronen in je organisatiemodel

Eerste hefboom: herteken je structuur

De eerste reflex bij financiële druk is vaak: waar kunnen we snijden? Maar dat is zelden de beste eerste vraag. De betere vraag is: hoe zit het werk eigenlijk in elkaar? Welke activiteiten zijn echt kern? Welke zijn ondersteunend maar noodzakelijk? Welke doen we omdat we ze ooit zijn gaan doen, niet omdat ze vandaag nog strategisch zijn? En waar organiseren we onszelf onnodig zwaar?

Daar begint structureel herontwerp vaak met versimpelen. Minder uitzonderingen. Minder parallelle trajecten. Minder projecten die allemaal een beetje belangrijk zijn. Minder overlegstructuren zonder duidelijk mandaat. 

Dat vraagt meestal om een paar stevige keuzes.

De eerste is portfoliokeuze. Niet alles wat waardevol is, moet je ook zelf blijven doen. Sommige activiteiten horen bij je missie, maar niet meer bij je kernuitvoering. Andere activiteiten zijn ooit ontstaan uit enthousiasme of subsidie-opportuniteit, maar trekken vandaag disproportioneel veel tijd en aandacht weg. Een scherper portfolio verlaagt niet alleen kosten; het verhoogt ook focus.

De tweede is rolhelderheid. In veel organisaties zit overhead niet alleen in staf of management, maar in diffuus eigenaarschap. Drie mensen die ergens half verantwoordelijk voor zijn, kosten vaak meer dan één iemand met een helder mandaat. Ook teams die alles samen willen beslissen, worden op termijn duur. Niet alleen in geld, maar ook in snelheid, energie en uitvoeringskracht.

De derde is procesontwerp. Standaardiseer waar dat kan. Centraliseer wat niet overal apart hoeft te gebeuren. Digitaliseer niet om hip te zijn, maar om handmatig gedoe en foutgevoeligheid weg te halen. En kijk eerlijk naar ondersteunende functies: waar is nabijheid nodig en waar is juist een gedeelde, gestroomlijnde backoffice slimmer?

“Niet méér geld is de kernvraag, maar beter passend geld”
Koenraad Depauw
S&L Nederland

Tweede hefboom: herdenk je financiële model

Aan de inkomstenkant geldt hetzelfde principe: niet méér geld is de kernvraag, maar beter passend geld.

Dat is belangrijk, omdat de fondsenwervende en financierende context niet simpelweg “slecht” is, maar wel grilliger wordt. Het onderzoek Geven in Nederland 2024 laat zien dat in 2022 5,3 miljard euro aan goede doelen werd gegeven, het laagste aandeel van het bbp tot nu toe, en dat vooral bedrijven minder gaven. Tegelijk melden de bij Goede Doelen Nederland aangesloten organisaties dat particuliere giften in 2024 juist met ruim 6 procent stegen tot bijna 1,45 miljard euro, terwijl 31 procent daarvan uit nalatenschappen kwam. Met andere woorden: geld is er nog steeds, maar het is ongelijkmatiger verdeeld, minder vanzelfsprekend en vaker afhankelijk van inkomstenbronnen met een ander risicoprofiel. 

Daarom moeten organisaties hun financiële model preciezer lezen. Niet als een optelsom van posten, maar als een mix van financieringslogica’s. Structurele subsidie is iets anders dan projectsubsidie. Een trouwe maandelijkse donateur is iets anders dan een incidentele gever. Een nalatenschap is iets anders dan een voorspelbare jaarbijdrage. Eigen inkomsten uit trainingen of diensten vragen een heel andere organisatie dan een model dat vooral leunt op publieke middelen.

Dat betekent dat je elke inkomstenstroom minstens langs vijf vragen moet leggen. 

  • Past deze bron echt bij onze missie? 

  • Hoe voorspelbaar is ze? 

  • Hoeveel interne capaciteit kost het om ze te verwerven en te behouden? 

  • Hoe afhankelijk maakt ze ons van één beleidswijziging, één grote gever of één marktschommeling?

  • En: dwingt deze inkomstenbron ons om dingen te doen die eigenlijk niet meer passen bij wie we willen zijn?

Daar zie je vaak interessante verschuivingen ontstaan. Sommige organisaties ontdekken dat ze te zwaar op projectgeld leunen en daardoor permanent in de productiestand staan. Andere merken dat hun particuliere fondsenwerving te weinig structureel is opgebouwd en te veel afhangt van campagnes. Weer andere zien dat er wel degelijk ruimte is voor aanvullende inkomsten — denk aan trainingen, betaalde programma’s, dienstverlening, licenties, communities, werkgeversbijdragen of strategische partnerschappen — maar dat die alleen werken als ze helder aansluiten op de kern van hun waardepropositie.

Voor organisaties die sterk afhankelijk zijn van overheidsgeld is die oefening nog urgenter. Niet omdat de overheid morgen overal wegvalt, maar omdat prioriteiten verschuiven, regelingen veranderen en de druk op publieke budgetten zichtbaar oploopt. In sommige domeinen is die beweging al hard ingezet, zoals bij de aangekondigde korting op de samenwerking met ngo’s in ontwikkelingssamenwerking vanaf 2026. Wie dan nog geen alternatief of aanvullend inkomstenverhaal heeft, maakt zichzelf onnodig kwetsbaar. 

Een gezond financieel model gaat daarom niet alleen over groei. Het gaat over weerbaarheid. Over de vraag of je inkomstenmix past bij je identiteit, je ritme, je capaciteit en je risico’s. En dus ook over de moed om te stoppen met geld dat je organisatie op papier groter maakt, maar in werkelijkheid fragieler.

“De grootste fout die organisaties hier maken, is denken dat structuur en financiering losse dossiers zijn. Dat zijn ze niet.”
Koenraad Depauw
S&L Nederland

Een nieuw financieel model vraagt bijna altijd om een andere organisatie. Wie meer eigen inkomsten wil genereren, moet meestal scherper worden in propositie, klant- of deelnemersreis, prijsstelling, acquisitie en levering. Wie structurele donateurs wil opbouwen, heeft andere systemen, ritmes en competenties nodig dan een organisatie die vooral op subsidies draait. Wie meer in partnerschappen wil werken, moet investeren in relatiemanagement. En wie afhankelijkheid van projectsubsidies wil verlagen, zal ook intern moeten durven standaardiseren, prioriteren en soms afbouwen.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Een lichtere structuur zonder nieuwe inkomstenlogica levert vaak alleen een iets efficiëntere versie van hetzelfde probleem op. En een ambitieus nieuw inkomstenplan zonder aangepaste teams, processen en sturing blijft meestal steken in goede bedoelingen.

De echte opgave is dus integratie. Niet: hoe besparen we wat en vinden we ergens extra geld? Maar: welk model maakt onze impact de komende jaren werkelijk financierbaar én bestuurbaar?

Wat bestuur en directie nu te doen hebben

Voor bestuur en directie begint dit met vijf scherpe gesprekken.

Niet het gesprek over waar nog een beetje vet zit. Wel het gesprek over wat we echt moeten blijven doen, wat we kunnen stoppen, wat we moeten standaardiseren, welke inkomsten we bewust willen versterken en welke afhankelijkheden te riskant zijn geworden. En ook: welke competenties horen bij dat nieuwe model? Want elk serieus financieel spoor vraagt om iets in je organisatieontwerp. Andere mensen, andere routines, andere stuurinformatie, andere keuzes.

Daar hoort ook een andere vorm van sturing bij. Minder blind op jaarbudgetten. Meer zicht op onderliggende dynamiek. Welke activiteiten dragen werkelijk bij aan je waarde? Welke teams of programma’s vragen onevenredig veel coördinatie? Welke inkomstenstromen zijn stabiel, welke zijn grillig, en welke lijken aantrekkelijk maar hebben een veel te lage netto-opbrengst zodra je de interne inzet meerekent?

Pas dan verschuift financiële strategie van administratieve achterkant naar bestuurlijke kern.

Tot slot

Dit is niet het moment om alleen wat zuiniger te worden. Dit is het moment om slimmer te ontwerpen.

Niet elke maatschappelijke organisatie hoeft groter te worden. Niet elke organisatie hoeft te ondernemen. Niet elke organisatie hoeft radicaal te reorganiseren. Maar bijna elke organisatie heeft er nu baat bij om opnieuw te kijken naar de logica onder haar werk: hoe creëren wij maatschappelijke waarde, hoe organiseren wij dat, en hoe financieren wij het zonder onszelf langzaam vast te draaien?

In een tijd van oplopende kosten, grilliger geldstromen en grotere maatschappelijke druk is je organisatiemodel geen technische bijlage meer. Het is de plek waar je toekomst wordt beslist.

Tags
Organisatiestructuur
Fondsenwerving
Een maandelijkse dosis inspiratie in jouw mailbox?

Een maandelijkse dosis inspiratie in jouw mailbox?

Iedere maand bezorgen we inspiratie bij jou. Tips en inzichten waar elke organisatie van kan leren. Heb je vragen over strategie (met impact), communicatie, marketing, fondsenwerving of teamontwikkeling? Onze nieuwsbrief zal je telkens een beetje wijzer maken wanneer je hem leest.
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.