26/05/2026
 - 
Door 

Leve de Mutualiteit

Koenraad schrijft een brief aan minister Frank Vandenbroucke (Vooruit).
Koenraad Depauw
Complexe strategische plannen
Strategieën voor systemische verandering
Invloed opbouwen en uitoefenen
Stel gerust je vraag
Koenraad Depauw
Complexe strategische plannen
Strategieën voor systemische verandering
Invloed opbouwen en uitoefenen
Stel gerust je vraag

Beste Frank,

Ik heb een zwak voor mutualiteiten.

Daar. Het is eruit.

Ik heb een zwak voor vakbonden ook. Voor armoedeorganisaties. Voor vredesbewegingen. Voor natuurverenigingen. Voor patiëntenverenigingen. Voor al die organisaties die politici lastig vinden op de momenten dat ze doen waarvoor ze ooit zijn opgericht.

Lastig zijn. 

De voorbije weken zag ik hoe de aanval op de mutualiteiten groter werd. U wil de ziekenfondsen hervormen, sterker aansturen en meer responsabiliseren. In uw eigen tekst erkent u tegelijk hun unieke positie tussen markt en overheid, als maatschappelijke tegenkracht en als dam tegen doorgedreven privatisering van de zorg. 

Dat is interessant. 

U kan een organisatie maatschappelijke tegenkracht noemen en haar tegelijk behandelen alsof ze vooral beter moet uitvoeren wat de politiek beslist. U kan het hervorming noemen. U kan het modernisering noemen. U kan er genoeg bestuurlijke woorden rond zetten tot iedereen knikt en niemand nog voelt waar het over gaat. 

Maar ik denk dat het over macht gaat. 

Wie maakt mensen ziek? 

België telt veel langdurig zieken. Dat is een ernstig probleem. Volgens het RIZIV lijdt 27,20 procent van de mensen in invaliditeit op 31 december 2024 aan burn-out of depressie. Meer dan een kwart. 

Dat cijfer zou ons wakker moeten houden. 

Alleen richten we onze blik vreemd. We kijken naar de mutualiteit. Naar de adviserend arts. Naar de ziekenkas. Naar de organisatie die betaalt, begeleidt, controleert en registreert. 

Dat is handig. Daar verschijnt de factuur. 

Maar mensen worden zelden ziek aan het loket van hun mutualiteit. Ze worden ziek op werkvloeren waar de druk stijgt, in teams waar conflicten blijven liggen, bij werkgevers die te laat ingrijpen, in organisaties waar iemand die niet meer meekan plots vooral een probleem in de planning wordt. 

En dan gebeurt iets bijzonder comfortabels. 

De medewerker valt uit. De werkgever ademt even. De mutualiteit komt in beeld. De sociale zekerheid neemt over. 

In Nederland betaalt een werkgever bij ziekte maximaal twee jaar loon door, minstens 70 procent. Dat verandert gedrag. Wanneer ziekte lang op de rekening van de werkgever blijft staan, krijgt preventie plots meer aandacht. Dan wordt re-integratie serieuzer. Dan kost slecht werk organiseren ook iets aan wie het werk organiseert. 

In België schuift die verantwoordelijkheid sneller door naar de sociale zekerheid. Dus ja, misschien moeten we het eens hebben over responsabilisering. 

Van werkgevers.

De ziekenkas kwam eerst 

Wat mij zo stoort aan het huidige debat, is het geheugenverlies. 

Mutualiteiten zijn niet begonnen als administratie. Ze zijn begonnen als georganiseerde solidariteit. In de eerste helft van de 19de eeuw ontstonden in België lokale ziekenfondsen als maatschappijen van onderlinge bijstand. Mensen betaalden bijdragen en hielpen elkaar bij ziekte, invaliditeit, overlijden of andere tegenslag. 

Dat is geen detail uit een cursus sociale geschiedenis. 

Dat is de oorsprong van onze sociale zekerheid. 

Mensen stonden tegenover ziekte, armoede en uitbuiting. Alleen waren ze kwetsbaar. Samen bouwden ze bescherming. Uit die simpele gedachte groeiden systemen die vandaag miljoenen mensen overeind houden. 

En nu klinken die organisaties plots als het probleem. 

Te veel macht. Te veel belangen. Te politiek. Te duur. Te weinig efficiënt. 

Natuurlijk moeten mutualiteiten goed bestuur leveren. Natuurlijk telt transparantie. Natuurlijk mag u vragen stellen over middelen, structuren en resultaten. Grote organisaties verdienen kritiek. Zeker wanneer ze publiek geld beheren. 

Maar kritiek is iets anders dan verdachtmaking. 

En precies daar wringt het voor mij. 

“Maar kritiek is iets anders dan verdachtmaking. ”
Koenraad Depauw
S&L

Het verhaal van de tegenstander 

Rechts en extreemrechts begrijpen al lang dat politiek begint bij taal. 

Vlaams Belang lanceerde bijvoorbeeld het boek De Subsidieslurpers. Alleen die titel doet al bijna al het werk. Middenveldorganisaties verschijnen niet als verenigingen die mensen organiseren, beschermen of versterken. Ze verschijnen als slurpers. Als profiteurs. Als mensen die leven van jouw geld. 

Dat is framing. 

En framing werkt. 

Een goed frame vertelt wie de held is, wie het slachtoffer is, wie de vijand is en wie helpt. In het extreemrechtse verhaal is de gewone Vlaming het slachtoffer. De partij is de held. Het middenveld is de vijand. Besparing is de bevrijding. 

Simpel. Herkenbaar. Gevaarlijk effectief. 

Progressieve politici maken een strategische fout wanneer ze een stuk van dat verhaal overnemen. Ze denken dat streng klinken hen geloofwaardig maakt. Ze hopen kiezers terug te winnen door een rechtse diagnose in iets zachtere taal te brengen. 

Maar wie het verhaal van zijn tegenstander herhaalt, maakt dat verhaal sterker. 

Misschien wint u één interview. Misschien haalt u één krantenkop. In het hoofd van mensen groeit vooral dit: het middenveld is verdacht. 

En dat is exact hoe je verliest.

De vijfde macht 

Onze democratie steunt op machten die elkaar begrenzen. Regering, parlement en rechterlijke macht. Dat leerden we op school, of toch in politieke wetenschappen. 

In de praktijk loopt dat minder proper. Partijdiscipline maakt van parlementsleden vaak stemknoppen met een fractievergadering. Partijvoorzitters trekken aan touwtjes die veel verder reiken dan hun formele functie. Rechters krijgen sneller het verwijt dat ze politiek doen zodra ze de politiek begrenzen. 

De media noemen we graag de vierde macht. Ook daar zien we druk. Commercieel. Economisch. Politiek. 

Dan blijft het middenveld over. 

De vijfde macht. 

De plek waar mensen zich organiseren zonder toestemming van regering, partij of markt. De plek waar een zieke werknemer, een huurder, een patiënt, een werkloze, een ouder, een jongere, een persoon in armoede of een buurtbewoner niet alleen hoeft te staan. 

Dat is geen rand rond de democratie. 

Dat is democratie. 

Daarom ligt het middenveld onder vuur. Omdat het macht organiseert buiten de plek waar politieke partijen die macht graag zouden houden. 

Het woord “primaat van de politiek” klinkt dan netjes. Democratisch zelfs. Alleen bedoelen politici vandaag te vaak: de regering beslist, de meerderheid volgt, het middenveld voert uit en houdt zich rustig. 

Dat is geen volwassen democratie. 

Dat is een overheid die last heeft van tegenspraak.

Bouw een ander verhaal 

Bij S&L Strategies & Leaders werken we vaak met organisaties rond strategie, machtsopbouw en narratieven. En ik zie telkens hetzelfde. 

Progressieve organisaties hebben feiten. Rapporten. Nuance. Voorbehoud. Goede bedoelingen. 

Rechtse krachten hebben een verhaal. 

En verhalen winnen het meestal van rapporten. 

Daarom moet het middenveld stoppen met alleen verdedigen. Niet telkens uitleggen dat het echt geen subsidieslurper is. Niet telkens bewijzen dat het toch wel efficiënt werkt. Niet telkens antwoorden op vragen die al gebouwd zijn om je klein te maken. 

Bouw een eigen verhaal. 

In dat verhaal zijn mutualiteiten helden. Vakbonden ook. Armoedeorganisaties ook. Patiëntenverenigingen ook. Niet omdat ze perfect zijn. Perfectie is trouwens meestal verdacht. Ze zijn helden omdat ze mensen organiseren tegen macht die anders te groot wordt. 

De slachtoffers zijn de mensen die ziek worden van werk. De gezinnen die plots inkomen verliezen. De patiënten die zorg nodig hebben. De werknemers die alleen tegenover hun werkgever staan. De mensen die verdwalen in formulieren en loketten. 

Gewone mensen dus. 

Die fameuze gewone mensen waar iedereen over spreekt en waar zo weinig beleid echt naar luistert. 

De tegenstanders zijn werkgevers die ziekmakend werk organiseren en de kost doorschuiven naar de sociale zekerheid. Economische elites die collectieve bescherming te duur vinden. Politici die de taal van extreemrechts lenen en daarna verbaasd zijn dat extreemrechts sterker wordt. 

Dat verhaal moeten we luider vertellen. 

Harder. Vaker. Beter.

“Bouw een eigen verhaal. ”
Koenraad Depauw
S&L

Kies kant 

Wie vandaag de mutualiteiten verdedigt, verdedigt meer dan een ziekenfonds. 

Die verdedigt het idee dat mensen zich mogen organiseren tegen ziekte, uitbuiting, eenzame miserie en de willekeur van markt en staat. 

Wie langdurige ziekte ernstig wil aanpakken, moet naar de werkvloer kijken. Naar arbeidsdruk. Naar preventie. Naar aangepast werk. Naar werkgevers die vandaag te gemakkelijk wegkomen met de gevolgen van slechte arbeidsorganisatie. 

Wie sociale zekerheid wil versterken, moet het middenveld versterken. Niet reduceren tot uitvoerder. Niet verdacht maken met woorden die uit de gereedschapskist van extreemrechts komen. 

En wie in het middenveld werkt, heeft vandaag een extra opdracht. 

Spreek. 

Bouw je eigen verhaal. Kies je helden. Benoem wie mensen kwetsbaar maakt. Laat zien wie bescherming organiseert. Wacht niet tot iemand anders jouw organisatie uitlegt als kost, bedreiging of probleem. 

Bij S&L kiezen we daarin kant. 

Aan de kant van het middenveld. Van organisaties die mensen verenigen, beschermen, politiseren en macht opbouwen. Daar helpen we graag bij. Niet omdat communicatie leuk is. Omdat macht zonder verhaal verdampt. 

De volgende keer dat iemand mutualiteiten, vakbonden, vredesorganisaties, natuurverenigingen of armoedeorganisaties “te politiek” noemt, weet u wat dat meestal betekent. 

Ze doen hun werk. 

Tags
Opinie
Een maandelijkse dosis inspiratie in jouw mailbox?

Een maandelijkse dosis inspiratie in jouw mailbox?

Iedere maand bezorgen we inspiratie bij jou. Tips en inzichten waar elke organisatie van kan leren. Heb je vragen over strategie (met impact), communicatie, marketing, fondsenwerving of teamontwikkeling? Onze nieuwsbrief zal je telkens een beetje wijzer maken wanneer je hem leest.
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.