De subsidiekrimp zet veel organisaties aan om sneller en breder fondsen te werven. Maar bij die versnelling sluipt een risico mee: dat we onbewust evolueren naar een Angelsaksisch model waar filantropen en grote fondsen bepalen welke initiatieven aandacht en middelen krijgen. Dat is precies wat we in Europa willen vermijden. Fondsenwerving hoort niet te vertrekken vanuit wat een donor wil, maar vanuit de gemeenschap waarvoor én waarmee je werkt.
Er is ook nog een ander gevaar: als alle organisaties tegelijk de fondsenwervingsbak induiken, ontstaat er een "survival of the fittest" waarbij organisaties met de grootste budgetten en beste connecties overblijven. Dat is geen solidair ecosysteem maar een race to the bottom voor het hele middenveld.
De gemeenschap als kompas
Gemeenschapsgericht fondsenwerven of community-centric fundraising biedt een stevig antwoord op die uitdaging. Het vertrekpunt is eenvoudig maar radicaal: niet je organisatie staat centraal, maar de gemeenschap. Fondsenwerving is geen doel op zich, maar een middel om samen sociale verandering te realiseren.
Het kader bestaat uit 10 principes, opgesteld door fondsenwervers uit de VS, ja net het land waar overheidsinmenging minimaal is en fondsenwerving in alle maten en gewichten bestaat. Paradoxaal genoeg bieden deze principes ons hier in België een waardevol kompas om het anders te doen dan in Amerika.
De 10 kernprincipes vertaald naar onze context
De principes draaien rond een fundamentele houding van zoeken naar gelijkwaardigheid, solidariteit en wederkerigheid. De grondtoon is dat tijd, energie en talent even waardevol zijn als een financiële bijdrage. De collectieve gemeenschap primeert boven de individuele organisatiemissie: vraag jezelf regelmatig af of je nog relevant bent, en durf bij te sturen.
Fondsenwervers zijn genereus naar andere organisaties: deel kennis, contacten, subsidiekansen en vermeld elkaars werk publiekelijk. Co-creatie met de mensen waarvoor je werkt: geef hen een stem in beslissingen, betrek hen bij het formuleren van doelen, en laat hun noden leidend blijven. Donors zijn namelijk partners, geen geldschieters: wees transparant, ook als het moeilijk is, en voer soms een lastig gesprek. Besef dat iedereen, zowel donors als medewerkers als vrijwilligers, persoonlijk baat heeft bij een rechtvaardiger samenleving: dit is geen liefdadigheid, dit is collectief eigenbelang.
Belgische voorbeelden: het kan
Deze principes klinken abstract, maar ze leven al in onze sector. Consortium 12-12 is een mooi voorbeeld van principe 3 in actie: vijf humanitaire organisaties coördineren samen hun fondsenwerving bij rampen en halen zo aanzienlijk meer op dan ze elk apart zouden kunnen. Bij de Oekraïne-oproep in 2022 zamelden ze samen meer dan 30 miljoen euro in, waarbij 98,8% rechtstreeks naar de hulpverlening ging. Niet ieder voor zich, maar samen sterker.
Solidagro illustreert mooi co-creatie: hun werking rond agro-ecologische landbouw vertrekt van boerenorganisaties die zelf beleid mee formuleren. De gemeenschap is geen begunstigde maar een gelijkwaardige partner die mee de richting bepaalt en dus ook waarvoor er fondsen geworven worden.
“Consortium 12-12 is een mooi voorbeeld van principe 3 in actie.”
Moedig communiceren over wie je bent
Gemeenschapsgericht fondsenwerven vraagt ook een bewuste communicatiestrategie. Je moet durven zeggen waar je voor staat én waar je niet voor staat. Dat betekent:
- Selectief zijn met partnerschappen: niet elke samenwerking versterkt je missie
- Transparant communiceren over hoe je middelen worden ingezet
- Verhalen vertellen vanuit de gemeenschap zelf, niet vanuit een "reddersframe"
- "Wij"-taal gebruiken in plaats van "wij helpen hen"-taal
Zo bouw je niet enkel aan de financiële gezondheid van je eigen organisatie, maar aan de structurele weerbaarheid van het hele ecosysteem.
Filantropie én overheid kunnen samengaan
Het is geen keuze tussen subsidies of fondsenwerving, tussen overheid of particulieren. Filantropie en een subsidiërende overheid kunnen perfect samengaan, maar dan moet fondsenwerving altijd in dienst staan van de maatschappelijke doelen, en niet omgekeerd. Het is pas wanneer we die volgorde omdraaien en wanneer de agenda van de donor de agenda van de organisatie wordt dat we onze onafhankelijkheid en geloofwaardigheid verliezen.
De subsidiedruk is reëel en de urgentie ook. Maar net in dit moment van druk is het essentieel om te kiezen: niet wie het luidst roept of het grootste netwerk heeft wint, maar wie het meest verankerd is in zijn gemeenschap. Dat is de sterkste fondsenwervingsstrategie én de beste bescherming van de waarden van het middenveld.
---
Bij dezen alvast een oproep om actief na te denken vanuit welke waarden je wil fondsenwerven en daarover in gesprek te gaan met concullega's, of zijn het juist partners?