Een paar weken geleden organiseerden we met S&L en Karakters Ars Strategica, een strategiedag voor de kunst-, cultuur- en erfgoedsector. In de zaal zaten heel wat directeurs. Mensen die huizen trekken, ploegen rechthouden, programma’s maken, publiek zoeken, begrotingen dichtfietsen en ondertussen ook nog iets maatschappelijks proberen te betekenen.
Michael De Cock sprak er. Tot voor kort artistiek directeur van KVS. Maker. Schrijver. Iemand die de voorbije jaren niet bepaald de indruk gaf dat cultuur vooral nette decoratie bij het beleid moet zijn. Hij sprak over politiserend werken. Over de spanning met besturen. Over wat het betekent om als cultuurhuis positie te kiezen in een samenleving die op meerdere plekken kraakt.
In de zaal gebeurde er iets interessants. Directeurs zeiden hardop wat ik de laatste maanden vaker hoor in zachtere zinnen. Dat ze kritischer willen zijn, maar voelen dat het moeilijker wordt. Dat maatschappelijke kritiek nog mag, zolang ze verpakt zit in een programma, een artistieke keuze, een debatavond of publiekswerking. Maar als organisatie zelf opiniërend uit de hoek komen? Een groter maatschappelijk verhaal vertellen? De macht benoemen? Dan wordt het spannend.
Ergens in de ketting van een raad van bestuur, een begroting, personeel, subsidiedossiers, een minister, een kabinet, kruipt angst om zich kritisch uit te laten. En dan is er natuurlijk nog die volgende erkenningsronde.
De waarschuwing heet Vrede vzw
Op 13 november 2025 keurde de Vlaamse Regering, op voorstel van Vlaams minister Caroline Gennez, de werkingssubsidies voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk goed voor de periode 2026-2030. In totaal gaat het om 78,51 miljoen euro.
Een aantal organisaties kreeg een bijzonder harde klap. LABO vzw en HOTM verloren hun subsidies volledig. Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen vielen terug op het minimumbedrag. Volgens de betrokken organisaties ging de Vlaamse Regering daarmee in tegen het positieve advies van de beoordelingscommissie. Zij stapten naar de Raad van State.
Een organisatie dient een dossier in. Een beoordelingscommissie doet haar werk. De organisatie krijgt volgens haar een positief advies. Daarna grijpt de politiek in en maakt daarmee een organisatie politiek verdacht. De werking van Vrede vzw was niet plots slecht en er was ook geen fraude in het spel. Vrede vzw zegt zelf dat haar subsidie werd teruggebracht tot 150.000 euro, ondanks een positieve beoordeling.
In het Vlaams Parlement verdedigde Gennez de beslissing door te zeggen dat de regering zich “voor bijna 90 procent” baseerde op de adviezen van de beoordelingscommissies. Ze voegde eraan toe dat de beslissing ook een compromis was tussen de drie regeringspartijen.
Voor het middenveld zit de angst natuurlijk in die laatste 10 procent. Want als rechtszekerheid voor 90 procent geldt, dan weet elke organisatie waar het gevaar zit. In het stuk dat politiek onderhandelbaar wordt. In het stuk waar een regeringspartij beslist dat jouw kritisch werk niet langer maatschappelijk waardevol is, maar problematisch.
Angst heeft geen omzendbrief nodig
De regering hoeft niet elke kritische organisatie rechtstreeks aan te pakken. Eén zichtbaar voorbeeld volstaat om honderd bestuurskamers te vullen met voorzichtigheid. Dat heet een chilling effect. Een veel te nette term voor wat het doet.
Het betekent dat organisaties zichzelf beginnen in te houden nog voor dat iemand hen formeel iets verbiedt. Ze schrappen een zin en tekenen die open brief niet, ze bellen eerst nog even naar de voorzitter en noemen iets maatschappelijk relevant, omdat 'politiek' te gevaarlijk klinkt.
Zo werkt macht op haar best. Of op haar vuilst. Ze hoeft niet altijd te verbieden, maar kan mensen doen twijfelen aan hun eigen vrijheid.
Ik zie dat niet gebeuren in grote revolutionaire verklaringen. Maar ik hoor dat gebeuren, in kleine bestuurlijke zinnetjes.
“Moeten we dat nu wel zo zeggen?”
“Gaan we daar geen problemen mee krijgen?”
“Zou het niet verstandiger zijn om dit intern te houden?”
“Wat gaat ons bestuur daarvan denken?”
Dat zijn vragen waarmee een organisatie zichzelf langzaam kleiner maakt.
“Ze hoeft niet altijd te verbieden. Ze moet mensen vooral doen twijfelen aan hun eigen vrijheid. ”
De raad van bestuur als rem
Ik wil hier niet goedkoop doen over raden van bestuur. Bestuurders dragen verantwoordelijkheid. Ze kijken naar continuïteit, financiële risico’s, personeel, reputatie en juridische kwetsbaarheid. Dat moeten ze doen. Een organisatie besturen is geen romantische wandeling door de velden van de verontwaardiging.
Maar wanneer politieke druk stijgt, verschuift het gesprek binnen organisaties. Niet: wat vraagt onze missie van ons? Maar: wat kunnen we zeggen zonder risico?
Soms is dat verstandig, maar voorzichtigheid mag wel geen bestuurscultuur worden. Als financiële verantwoordelijkheid verandert in politieke zelfcensuur dan gebeurt er iets gevaarlijks. Wanneer directeurs die heel goed weten wat er maatschappelijk op het spel staat, hun woorden beginnen af te vijlen om niemand wakker te maken op een kabinet sterft het kritische middenveld. Langzaam, en niet door één beslissing van één minister. Vergadering per vergadering. Agendapunt per agendapunt. Formulering per formulering.
Subsidies zijn geen zwijggeld
Subsidies zijn geen cadeau van de regering aan organisaties die zich gedragen. Subsidies zijn publieke middelen voor werk dat een samenleving belangrijk vindt. In cultuur. Welzijn. Jeugdwerk. Sociaal-cultureel werk. Armoedebestrijding. Mensenrechten. Vrede. Klimaat. Democratie. En een regering mag streng zijn. Ze mag kwaliteit beoordelen. Ze mag eisen dat organisaties hun middelen correct gebruiken. Maar van zodra subsidies dienen om politieke volgzaamheid af te dwingen, financiert de overheid geen democratische ruimte, dan koopt ze rust. En rust is geen democratie.
Een vredesorganisatie moet de militaire logica kunnen aanvallen. Een armoedeorganisatie moet beleid kunnen beschuldigen van armoedeproductie. Een cultuurhuis moet de verbeelding kunnen inzetten tegen de bekrompenheid van de macht. Een jeugdorganisatie moet jongeren leren dat burgerschap meer is dan op tijd je belastingbrief invullen.
Dat is hun opdracht.
Wordt Gennez dan de doodgraver?
Wordt Caroline Gennez de doodgraver van het kritische middenveld? Ik hoop van niet. Echt. Maar hoop vraagt meer dan hopen dat het allemaal wel zal meevallen. Hoop is geen zachte gedachte voor mensen die de feiten niet aankunnen. Hoop is hard werken. Hoop is discipline. Hoop is je slim organiseren.
En dus ligt de vraag vandaag niet alleen bij Caroline Gennez. Ze ligt ook bij die directeurs, bij bestuurders, medewerkers, leden, kunstenaars, activisten, fondsenwervers en bondgenoten.
Wat doen we nu?
Gaan we elk apart wat stiller spreken? Gaan we onze scherpe woorden vervangen door veilige projecttaal? Gaan we onze politieke opdracht verstoppen in methodieken, beleidsplannen en publieksdoelstellingen?
Of bouwen we samen macht op?
Eén organisatie wint dit niet
Als Vrede vzw alleen blijft staan, wordt Vrede vzw een waarschuwing. Als het kritische middenveld zich organiseert, verandert die waarschuwing van richting. Dan hoort de regering iets anders: wie één organisatie raakt, maakt er honderd wakker. Daarvoor hebben we een machtsopbouwcampagne nodig. Niet de zoveelste denkdag. Niet nog eens een conferentie waar iedereen de ernst van het moment benoemt en daarna met een broodjesdoos vol goede intenties naar huis gaat. Ook geen eenmalige actie die enkel bewijst dat we nog bestaan.
We hebben een campagne nodig die kan winnen. Dat vraagt voorzitters en directeurs aan tafel. Mensen met mandaat. Mensen die middelen kunnen vrijmaken. Mensen die niet alleen hun staf sturen om “mee op te volgen”, maar zelf verantwoordelijkheid nemen voor de strijd om het voortbestaan van het kritische middenveld. Vakbonden en mutualiteiten hebben daar een bijzondere taak, omdat zij gewicht hebben. Leden. Geld. Infrastructuur. Juridische kennis. Politieke toegang. Een geschiedenis van conflict die veel kleinere organisaties vandaag opnieuw moeten leren.
Ze moeten zelfs geen sympathie hebben voor Vrede, Climaxi, DeWereldMorgen of Vredesactie. Hun leiders moeten vooral mee aan het roer gaan staan van een coalitie die het hele middenveld verdedigt.
Lof is niet genoeg
Er beweegt al iets. Er zijn initiatieven rond civiele ruimte, de tegenmacht-campagne en de bescherming van het middenveld. De zes getroffen organisaties lanceerden bijvoorbeeld een campagne tegen autoritaire tendensen. Dat verdient onze morele steun, maar dat alleen brengt ons nergens. Coalities die blijven hangen in zoeken, praten en aftasten verliezen tempo. De macht beweegt sneller dan onze vergadercultuur. Een coalitie zonder structuur wordt een praatbarak. Een coalitie zonder geld wordt een moreel appel. Een coalitie zonder mandaat wordt een nieuwsbrief. Wie zijn vrijheid wil beschermen, moet investeren.
Daarom moet het doel voor mij concreet zijn: Vooruit mag geen enkele toegeving meer doen aan N-VA wanneer die het kritische middenveld aanvalt. Daar moet druk op komen. Begin met tien organisaties en hun leiders. Gebruik die om tienduizend mensen te verzamelen. Gebruik die tienduizend om geld op te halen. Gebruik dat geld om professionele campagnekracht te bouwen. Elke tactiek moet iets vergroten: meer mensen, meer middelen, meer zichtbaarheid, meer druk, meer risico voor wie opnieuw toegeeft. Macht went aan voorspelbaarheid. Dus wissel. Verras. Bel. Procedeer. Mobiliseer. Fundraise. Maak leden wakker.
Hoop is een machtsopbouwcampagne aangestuurd door een structuur met mandaat, middelen en tempo. Hoop is een voorzitter van een mutualiteit die zelf aan tafel zit. Een vakbond die middelen vrijmaakt. Een cultuurhuis dat publiek spreekt, ook wanneer de raad van bestuur het spannend vindt. Een armoedeorganisatie die weet dat een aanval op Vrede vzw morgen een aanval op haar kan zijn.
Als het kritische middenveld zichzelf niet verdedigt, zal niemand anders het doen. En als Vooruit denkt dat het telkens een beetje kan toegeven zonder politieke prijs, dan moeten wij hun ongelijk bewijzen, de politieke kost onbetaalbaar maken.
---
NB. Dit opiniestuk is ten persoonlijke titel van Koenraad Depauw en weerspiegelt niet per definitie de overtuigingen of standpunten van S&L