04/11/2026
 - 
Door 

Artikel 1: Waarom krijg jij subsidies?

In de reacties op de Vlaamse begroting viel me de voorbije weken een patroon op. Getroffen instellingen en organisaties tonen met veel vuur aan wat hun werk betekent voor mensen en voor de samenleving. Ze nemen ons mee in de impact die ze maken en laten zien wat er sneuvelt wanneer er in hun financiering gehakt wordt. Dat maakt hun verontwaardiging aanstekelijk: we worden mee boos om de waarde die verloren dreigt te gaan. Ik deel die boosheid. Ik werk dagelijks met organisaties die hier echt onder lijden, en als mens, burger en vader profiteer ik zelf elke dag van wat ze doen.

Reeks: subsidies en financiële gezondheid

In de reacties op de Vlaamse begroting viel me de voorbije weken een patroon op. Getroffen instellingen en organisaties tonen met veel vuur aan wat hun werk betekent voor mensen en voor de samenleving. Ze nemen ons mee in de impact die ze maken en laten zien wat er sneuvelt wanneer er in hun financiering gehakt wordt. Dat maakt hun verontwaardiging aanstekelijk: we worden mee boos om de waarde die verloren dreigt te gaan. Ik deel die boosheid. Ik werk dagelijks met organisaties die hier echt onder lijden, en als mens, burger en vader profiteer ik zelf elke dag van wat ze doen.

Het narratief rond subsidies wordt al jaren scherper en wantrouwiger. Verdachtmakingen en luide pleidooien voor afschaffing zijn er al langer. Nu volgt ook het beleid: bruusk snijden in structurele lijnen, modaliteiten verstrengen, voorwaarden opleggen buiten decretale of wettelijke kaders om. Subsidieontvangers zijn intussen grondig getraind in het verdedigen ervan. Ze hameren op de waarde van hun werk, steeds vaker geobjectiveerd in impactmetingen. Het vuur van de voorbije weken is dus een geoefende verdediging.

Een vraag die daarbij meestal onbeantwoord blijft, is waarom die waarde met subsidie betaald moet worden. Dat is geen vraag naar de waarde van het werk, maar naar het financieringsinstrument. Heel mooi, die werking van jullie, maar moet dat echt met belastinggeld betaald worden? Je kan het middenveld of de cultuursector oprecht een warm hart toedragen en tegelijk vinden dat een bepaalde organisatie beter anders gefinancierd wordt. Die vraag wordt urgenter naarmate de overheid steeds meer lijkt af te haken.

De prijsprikkel

Om te begrijpen waarom subsidies wel degelijk op hun plaats zijn, moeten we eerst begrijpen wat ze vervangen. In een markt stuurt de prijs een hele dynamiek aan. Een bakker die zijn brood niet verkocht krijgt voor tien euro, krijgt meteen een signaal: laat de prijs zakken of bak beter brood. De prijsprikkel is een gratis beleidsinstrument dat de bakker elke dag vertelt of hij waarde levert waarvoor mensen bereid zijn te betalen.

Non-profits krijgen dat signaal niet, of maar gedeeltelijk. De mensen die hun waarde ontvangen, zijn vaak niet degenen die zouden kunnen of moeten betalen. Zo ontstaat een kloof tussen wie de waarde krijgt en wie ze financiert. Economen spreken van marktfalen. Zonder prijsprikkel wordt te weinig geproduceerd van wat maatschappelijk wel waardevol is. Vaak gaat het om publieke goederen, waar iedereen van geniet maar niemand in zijn eentje voor wil opdraaien. Die kloof wordt gedicht met publieke middelen, vaak in de vorm van subsidies.

Artikel 1: Waarom krijg jij subsidies?

Vier kloven

Wil je weten welke vorm die kloof aanneemt, dan helpt het om twee vragen te stellen. Is de waarde er nu al, of komt ze pas later? En ervaart de ontvanger de waarde zelf, of komt ze vooral de samenleving ten goede? Uit die twee vragen volgen vier situaties waarin de markt faalt en subsidies een plaats hebben.

  1. De ontvanger kan niet betalen. De waarde is er nu, maar de ontvanger heeft het geld niet. Denk aan een jongere die begeleid wordt naar een opleiding, een stage of werk. Die kan daar vandaag niet voor betalen, maar we vinden het maatschappelijk te belangrijk om het te laten liggen. Dus kiezen we ervoor om het als samenleving te betalen.
  2. De ontvanger mag niet betalen, meestal omdat we het principieel onwenselijk vinden dat de ontvanger de rekening krijgt. Onderwijs en basisrechten horen in deze categorie, omdat we niet willen dat toegang afhangt van je portemonnee.
  3. De ontvanger kan of wil nog niet betalen, omdat de waarde pas later zichtbaar of erkend wordt. Erfgoed en archieven zijn hier het pijnlijk actuele voorbeeld: we zien vandaag niet altijd hun waarde, over vijftig of honderd jaar wel, en dan is het te laat als we ze nu laten verdwijnen. In deze categorie zitten de merit goods, dingen waarvan we vinden dat er meer van gemaakt moet worden dan mensen spontaan zouden afnemen.
  4. De ontvanger wil niet betalen, omdat de waarde vooral elders terechtkomt, bij een andere groep of bij de samenleving als geheel. Economen spreken van externe effecten. Denk aan begeleiding naar werk of preventieve gezondheidszorg. De samenleving plukt de vruchten, in de vorm van meer belastinginkomsten of minder uitgaven in de sociale zekerheid, maar niemand van die begunstigden staat aan de kassa. De waarde lekt weg naar partijen die niet meebetalen, dus springt de overheid bij. Toch zit juist hier vaak een betaler verscholen. Een werkgever die dankzij die begeleiding geschikt personeel vindt, heeft er baat bij en kan aangesproken worden om mee te betalen.

Subsidie is een fantastisch en noodzakelijk instrument om deze kloven te overbruggen, maar niet altijd de enige mogelijkheid. Wanneer de ontvanger niet kan of mag betalen, heb je weinig opties. Wie nog niet wil betalen, wil of kan dat later misschien wel. En wie waarde ontvangt zonder daarop aangesproken te worden, kan uitgroeien tot een betaler die je nu nog niet kent. In die gevallen is het goed om je af te vragen of subsidie het enige of het juiste instrument is om jouw waarde te financieren.

Betere taal en tools

Hoe meer subsidie onder druk komt te staan, door een verschuivend narratief of door opeenvolgende besparingsrondes, hoe belangrijker het wordt dat je organisatie de taal en de tools heeft om over haar nood aan subsidie na te denken. Om die subsidie beter te kunnen motiveren en verdedigen, maar ook om strategischer te kunnen overstappen op andere, mogelijk duurzamere vormen van financiering.

In de volgende stukken wil ik je die taal en tools meegeven, vanuit drie dimensies van financiële gezondheid: je strategische fit, je operationele sterkte en je duurzaamheid. Ik zet daarbij telkens een aanname over subsidies op zijn kop. Subsidie lijkt de financiering die het best bij je missie past, maar sluit misschien het minst aan bij de impact die je nastreeft. Subsidie lijkt gratis geld, maar is misschien je duurste inkomstenbron per euro. En structurele subsidie lijkt het veiligste geld, maar is misschien je meest onzekere financiering. Een organisatie die die aannames durft te bevragen, krijgt een ruimere blik op haar financieringsmix en een gezondere verhouding ermee.

Webinar | Wat de de financiële gezondheidsbarometer van je organisatie je echt vertelt

24 november 2026, 12:00

Een positief jaarresultaat betekent niet automatisch dat je organisatie financieel gezond is. Veel cash op de rekening evenmin. Tijdens dit webinar leer je balans, resultaten, liquiditeit en financiële werking samen lezen. Joos en Nicholas lanceren bovendien een nieuwe barometer waarmee je risico’s sneller herkent en prioriteiten voor de komende 90 dagen bepaalt.

Schrijf je in

Webinar | Wat de de financiële gezondheidsbarometer van je organisatie je echt vertelt
Een maandelijkse dosis inspiratie in jouw mailbox?

Een maandelijkse dosis inspiratie in jouw mailbox?

Iedere maand bezorgen we inspiratie bij jou. Tips en inzichten waar elke organisatie van kan leren. Heb je vragen over strategie (met impact), communicatie, marketing, fondsenwerving of teamontwikkeling? Onze nieuwsbrief zal je telkens een beetje wijzer maken wanneer je hem leest.
Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.